Home
Biografie
Agenda
Projecten
Discografie
Media
Foto's
Links
Contact
Gastenboek


Media
pate

Choro
de ziel van de Braziliaanse muziek

door Remko de Landmeter

Artikel uit het driemaandelijks tijdschrift FLUIT
van het Nederlands Fluit Genootschap,juni2005

Het was augustus 2004 in Goiânia in Brazilië. Choro com sotaque Holandes (choro met een Nederlands accent) stond er in de Braziliaanse krant. Diezelfde avond was mijn eerste choro concert in een clube de choro. Een concert met Mauricio Carrilho, gitarist, componist, onderzoeker naar choro en eigenaar van Acari records, het eerste choro platenlabel in Brazilië. In de wereld van de choro een absolute specialist. Een aantal weken had ik zijn composities bestudeerd van CD en de avond voor het concert een klein uurtje gerepeteerd.
De clube de choro, vergelijkbaar met een jazzclub, zat vol die avond met liefhebbers, kenners, muzikanten en ook nieuwsgierigen die benieuwd waren naar die flautista Holandes die 'hun' choro zou gaan vertolken. Met mijn instrumentarium van fluit, piccolo en altfluit, omringd door fantastische Braziliaanse muzikanten en een muisstil publiek begon ik aan mijn Braziliaans choro avontuur.........


Choro
Rond 1870 ontstond in Rio de Janeiro een nieuwe muzikale stroming waarbij Europese dansmuziek, zoals walsen en polka's, werd samengesmolten met de ritmes uit Afrika, eerder meegenomen door de slaven naar Brazilië. Zo ontstond er een nieuw soort Braziliaanse muziek met een sterk Afro-Europees karakter, choro genoemd.
Choro (spreek uit: sjoroe) betekent in het Portugees letterlijk 'huilen', maar er is een theorie dat de naam choro een afgeleide is van 'coro' (koor) of 'xolo', (een oude Afrikaanse dans). Het behoort zonder twijfel tot een van de belangrijkste muzieksoorten uit Brazilië en heeft een grote waarde vergelijkbaar met jazz, tango en flamenco.

Choro is een voornamelijk instrumentaal genre dat gekenmerkt wordt door virtuositeit en improvisatie, met één of meer solisten. De vorm is meestal AABBACCA met nagenoeg altijd een afwisseling van mineur naar majeur of andersom.
Begeleidingsinstrumenten zijn gitaar en zevensnarige gitaar, die met zijn zevende bassnaar contrapuntmelodieën improviseert. Daarnaast heeft de cavaquinho, kleine viersnarige gitaar afkomstig uit Portugal, vaak een solofunctie, maar is ook veelal te horen in de begeleiding. Hét percussieinstrument in choro en later ook in samba is de pandeiro, vergelijkbaar met de tamboerijn. Dit instrument vraagt om een specifieke slagtechniek welke een ongekend swingend karakter aan de muziek geeft. Als soloinstrument werd in eerste instantie voornamelijk fluit of klarinet gebruikt. Later werd de variatie groter en kon ieder denkbaar instrument soleren. Maar fluit stond centraal en was, en is nog steeds, bijzonder populair in choro en andere Braziliaanse muzieksoorten.
Choro kreeg een prominente plaats in de ontwikkeling van de muzikale identiteit in Brazilië en groeide uit tot een populaire muziekstijl. In de jaren 20 liep deze muziek naadloos over in samba en later de bossa nova. Sommige titels zijn wereldwijd bekend geworden zoals 'Tico-tico no fubá' en 'Brasileirinho'. Sinds haar ontstaan is bijna iedere Braziliaanse componist door deze muziekvorm beïnvloed en velen componeerden dan ook hun eigen choro's zoals Villa-Lobos, Nazareth, Baden Powell, Tom Jobim, Chico Buarque, Hermeto Pascoal en vele anderen.
Villa-Lobos zei: "choro is de essentie en de ziel van de Braziliaanse muziek".


Kappermuzikanten
De eerste choro-orkesten ontwikkelden zich uit de slavenorkesten, die als voornaamste instrumenten de gitaar en de cavaquinho hadden. Als de slavenorkesten Europese dansen speelden, hadden ze altijd de neiging om het ritme te 'creoliseren' met syncopen. Tegen het eind van de 18e eeuw werden zwarte muzikanten hogelijk gewaardeerd en daarnaast werden ze beschouwd als degenen die een nieuwe soort stedelijke publieke dienst verzorgden: ze brachten amusementsmuziek. Klanten van herenkappers verwachtten om naast geknipt en geschoren, ook vermaakt te worden. De kappers waren vaak slaven of voormalige slaven.
Het was in het begin van de 19e eeuw heel gewoon dat veel kappermuzikanten deel uit maakten van populaire bands, die bekend stonden als barbeiros (kappers). Zij speelden muziek in populaire stijl met een repertoire dat bestond uit lundus (dansvorm uit Angola), chulas (populaire dans van Portugese afkomst), marsmuziek, quadrilles (Franse gezelschapsdans), fandango's (Spaans danslied) en maxixes (een mengvorm van diverse dansen met een duidelijk Afrikaanse roots). Maar ook Europese walsen en polka's, die op 'hun eigen manier' gearrangeerd werden. Met name de polka was erg hip in die tijd. De barbeiros waren de directe voorlopers van de chorobands die voor het eerst rond 1870 verschenen. Dit gold ook voor de brandweerkorpsen en militaire bands die choro in hun repertoire opnamen.

Choro en fluit
De eerste choro componist in Brazilië was de fluitist Joaquim Antonio da Silva Callado (1848-1880) . Deze 'mulat' uit Rio de Janeiro was afkomstig uit een slavenfamilie en wordt de 'vader van de choro' genoemd. Hij was een virtuoos fluitist en schreef vele composities. In 1870 vormde hij de groep 'Choro Carioca'. Carioca is de naam van de inwoners van Rio de Janeiro.
Tot op heden werd er met name in orkesten en bands choro gespeeld, Callado koos echter voor een kleinere bezetting. Met gitaar, cavaquinho, pandeiro en fluit ontstond het ideale kwartet voor de choro vertolking, zoals de standaard is tot op de dag van vandaag. In die tijd speelden fluitisten en Callado zelf op ebbenhouten fluiten. Deze waren bijzonder populair in het oude Rio de Janeiro.
Interessant gegeven is het feit dat de Belgische fluitist en componist Mathieu-André Reichert (1830-1880) een goede vriend was van Callado. Hij was de eerste fluitist die de zilveren Boehmfluit introduceerde in Brazilië. Even als Callado was ook hij een virtuoos op zijn instrument en begenadigd componist. Er zijn vele verhalen bekend over de vriendschap en rivaliteit tussen deze twee fluitisten. Reichert bracht het grootste gedeelte van zijn leven door in Brazilië en liet zich rijkelijk inspireren door de muziek uit dit land, wat duidelijk terug te horen is in zijn composities.
Joaquim Callado heeft een groot repertoire van choro's, polka's, walsen, lundu's en quadrilha's achtergelaten, waaronder de beroemd geworden composities 'Carnaval de 1870' en 'Flor amorosa'. Deze laatste wordt gezien als de eerste genoteerde choro.

Pixinguinha
Alfredo da Rocha Vianna Jr. (1897-1973), beter bekend onder de naam Pixinguinha mag gezien worden als de grootste choro componist ooit in Brazilië. Zijn vader was een gerespecteerd fluitist en veel te horen in de 'rodas de choro' (choro jamsessies). Pixinguinha ontving dan ook zijn eerste fluitlessen van hem en ontwikkelde zich tot een ware virtuoos op zijn instrument,
In 1919 richtte Pixinguinha de groep 'Os Oito Batutas' op. In een bezetting van piano, gitaren, cavaquinho, percussie, zang en fluit speelde deze groep aanvankelijk in de foyer van de filmhuizen en theaters in Rio de Janeiro. Omdat het om een 'zwarte' band ging mochten zij niet op het podium spelen, dat louter voor blanke prestigieuze musici was. Werd het eerst nog als een schandaal gezien dat een 'zwarte' band in de grote hal van het theater speelde, slechts een jaar later werden ze door de regering gevraagd om op te treden voor de Belgische koning die Brazilië bezocht
Pixinguinha werd enorm populair met zijn groep en menig bezoeker van de filmhuizen kwam dan ook niet voor de film, maar voor deze acht opvallende musici.
Het succes was zo groot dat zij werden uitgenodigd om naar Parijs te gaan om daar in de week van de moderne kunst op te treden. Tijdens de Europese tournee van de Oito Batutas maakten zij van de choro een internationaal fenomeen.
Tijdens hun verblijf in Parijs kwamen zij in aanraking met de jazz, een muziekstijl die goed aansluit bij choro. Pixinguinha is naast fluit ook saxofoon gaan spelen en verwerkte meer jazzharmonieën in zijn composities.
Door financiële problemen sloot Pixinguinha zich in 1940 aan bij de groep van een ander befaamd fluitist, Benedito Lacerda (1903-1958). Vanaf dat moment speelt Pixinguinha voornamelijk saxofoon met veelal geïmproviseerde contrapuntlijnen tegenover de fluitsolo's. Samen schrijven zij de beroemd geworden choro's 'Um a Zero', 'Ingênuo' en 'Segura Ele'.
Pixinguinha schreef meer dan zeshonderd instrumentale stukken, van walsen en polka's tot maxixes, samba's en choro's. Hij vestigde een nieuwe standaard voor choro muziek en zorgde dat de Braziliaanse populaire instrumentale muziek zich in de twintigste eeuw verder ontwikkelde.

Een andere belangrijke choro fluitist die niet vergeten mag worden, is Altamiro Carrilho (1924). Door zijn virtuositeit en improvisatievermogen is hij een referentie voor het fluitspel in Brazilië. Deze nog steeds actieve fluitist heeft zo'n 200 choro composities en meer dan 100 opnamen (lp's en CD's) op zijn naam staan. Met zijn 81 jaren componeert hij nog en geeft nog steeds concerten in heel Brazilië. Daarnaast heeft hij zijn eigen radioprogramma met choro in Rio de Janeiro.


Huidige choro
De populariteit nam sterk af in de jaren veertig en vijftig, mede door de opkomst van de samba en de bossanova. Maar sinds een aantal decennia kreeg de choro een opvallende comeback. Alhoewel het zijn commerciële beperkingen heeft in de muziekindustrie is de choro herontdekt door de jonge generatie in Brazilië. Aan de wekelijkse workshops in Rio de Janeiro doen zo'n 450 muzikanten mee, om maar aan te geven hoe choro leeft! Verschillende steden hebben choroscholen en het is interessant om te zien hoe hoog de kwaliteit is van deze jonge musici.
De hedendaagse choro omvat een diversiteit aan stijlen in alle denkbare bezettingen. Van kamerorkest, big-bands tot jazz geïnspireerde combo's met hun onmiskenbaar Braziliaans geluid. Omdat improvisatie zo'n prominente rol heeft in deze Braziliaanse muziekstijl, is het uitermate geschikt met jazz als mengvorm, wat veel te horen is in de huidige choro. Er wordt gespeeld tijdens de 'rodas de choro' in huiskamers, cafés, theaters en concertzalen. Zelfs al wordt choro soms gezien als muziek van de middenklasse, het brengt mensen samen van alle rassen en leeftijden.

Brazilië is een land met tegenstellingen: het heeft grote sociale contrasten en een groot deel van de bevolking is aan het worstelen om te overleven, maar de blijdschap, a alegria, wint altijd. En in dit gevecht tussen blijdschap en droefheid speelt muziek een grote rol. Choro heeft een ziel in zich die mensen samen brengt en vreugde geeft.

Remko de Landmeter, mei 2005, Rio de Janeiro, Brazilië

met dank aan: Mauricio Carrilho, Andréa Luisa Teixeira, Sonia Genu en Toninho Roldâo