Muzikaal bamboe
Interview met Raghunath Seth
door Remko
de Landmeter
Artikel uit het driemaandelijks
tijdschrift FLUIT
van het Nederlands Fluit Genootschap, januari 1996
De bansuri,
de bamboefluit uit India is een eeuwenoud instrument. Het hindoeïsme
kent vele legendes over de fluitspelende God krishna. Volgens
de verhalen wist hij met zijn betoverende fluitspel
zijn geliefde Radha en andere gopi's (herdersmeisjes) te verleiden
en te betrekken in zijn goddelijke dans.
Lange tijd is het instrument hoofdzakelijk gebruikt voor de volksmuziek.
Pas sinds deze eeuw is men de bansuri gaan gebruiken voor het
vertolken van de klassieke raga's. Grootste vertegenwoordiger
op de bamboefluit is Pannal Ghosh (1911-1961) geweest.
Door nieuwe blaas- en vingertechnieken te ontwikkelen, heeft
hij de vele mogelijkheden van dit prachtige instrument weten
uit te breiden. Hij is eigenlijk de grondlegger van de bamboefluit
geweest zoals die nu gebruikt wordt in de klassieke Indiase muziek.
Een bansuri is simpelweg een bamboestengel met een mondgat, zes
vingergaten en een zevende gat aan het uiteinde voor de stemming
van de fluit. De moeilijkheid bij het spelen van een dergelijke
fluit word veroorzaakt door de grote afstand tussen de gaten.
En het is natuurlijk zo: hoe langer de fluit, hoe groter de afstanden.
Lage fluiten zijn erg gewild, doordat het door de grote diepte
een sterk meditatief karakter krijgt.
Een van de belangrijkste fluitisten op dit moment is Raghunath
Seth. Geboren in 1931 en woonachtig in bombay. Hij geeft wereldwijd
concerten en is regelmatig te horen op All India Radio, het belangrijkste
radiostation van India. Hij componeerde de muziek voor meer dan
1500 documentaires en films en won vele prijzen zowel nationaal
als internationaal. Meerdere malen bezocht hij Nederland voor
het geven van concerten, o.a. met de Flute Summit, georganiseerd
door Chris Hinze. Eind november was hij wederom in ons land met
een toernee van vijf concerten. Begeleid op tabla en tanpura
speelde hij klassieke raga's met een ongekende warmte in zijn
toon. Wat een muziek zit er toch in bamboe!
Tussen de concerten door had ik een gesprek met deze zeer vriendelijke
en integere Indiase fluitist.
U heeft het voorrecht mogen
hebben om van Pannalal Ghosh les te hebben gehad. Hoe was dat?
Ik speelde al fluit voordat ik bij hem kwam. Tot die tijd had
ik mij zelf al wat technieken eigen gemaakt, met een repertoire
dat hoofdzakelijk bestond uit volksmelodieën. Later toen
ik erover dacht om serieus klassieke muziek te gaan studeren,
kwam ik bij hem terecht. De manier waarop ik mijn vingers op
de fluit plaatste was anders als die van hem, maar ik mocht gelukkig
zo blijven spelen. Vooral omdat ik al een vloeiende techniek
had ontwikkeld. Hij was in staat om zeer lage fluiten te bespelen,
doordat hij de grote afstand tussen de vingers goed kon overbruggen.
Zijn rechterpink reikte zelfs tot aan het zevende gat aan het
uiteinde van de fluit, wat haast onmogelijk is.
Bent u daardoor op het idee
gekomen om op die plaats een klep toe te voegen?
Ja, die klep heb ik toegevoegd om een aantal problemen op te
lossen. Ten eerste kan ik een hele toon lager als gebruikelijk,
maar belangrijker nog is dat het nu mogelijk is om tussen de
vierde en de
vijfde toon een glissando te maken. Op een bamboefluit kun je
tussen elke noot een zeer verfijnd glissando maken, behalve dus
op die ene plaats (de greep is op de dwarsfluit vergelijkbaar
met de
afstand van Cis2 naar D2). Door de klep, die op het zevende gat
zit, zachtjes te sluiten of te openen kan ik de verbinding tussen
die twee noten heel mooi bewerken met een glissando. Het is een
absolute verrijking van het instrument, temeer omdat een glissando
zo essentieel is in de Indiase muziek. Er zijn veel meer raga's
die ik nu zonder breekpunten kan spelen. Ook kan ik nu in een
keer over alle octaven glijden.
In India groeit veel bamboe,
maar toch zijn er maar enkele soorten goed bruikbaar om een mooie
fluit van te maken. Kunt u daar iets meer over vertellen?
Ja, het is vaak een probleem om mooi bamboe te verkrijgen. Eigenlijk
zijn er maar drie plaatsen waar mooi bamboe groeit. Het noordelijke
gedeelte van Uttar Pradesh tegen de Himalaya aan en het gebied
rond Madras in zuid-India. Maar mijn favoriete bamboe komt uit
Assam, een zeer vochtig gebied ten noorden van Bangladesh. Elk
soort bamboe heeft net als elk materiaal veel invloed op het
geluid. Hoe zwaarder het bamboe, hoe solider de klank. Maar ook
de hardheid speelt een rol of de diameter die elke keer weer
iets verschilt. Verder zit er verschil in jong groen bamboe of
bamboe waar veel op gespeeld is. Zowel de kleur als de klank
veranderen, hoe meer je er op speelt hoe mooier die wordt!
U maakt uw fluiten ook zelf?
Ja, de meeste fluitisten maken hun eigen fluit. Dat moet eigenlijk
wel, omdat de fluiten die je in de winkel koopt vaak vals zijn,
of ze zijn niet mooi gemaakt. Verder experimenteer of verander
ik ook veel aan fluiten. Soms heb ik een fluit die te hoog of
te laag is, die kan ik dan veranderen door te vijlen of zelfs
gaten over te brengen naar een andere plek zodat die weer op
de goede pitch zit. Op een aantal fluiten heb ik een soort lipplaat
gemaakt zoals op een westerse fluit. Verder heb ik veel verschillende
maten fluiten, allemaal met een andere grondtoon. In de klassieke
muziek wordt meestal gebruik gemaakt van de E als grondtoon.
Wat hogere grondtonen als F, G, of A is voor de wat lichtere
muziek of volksmelodieën. Ik probeer dus veel dingen zelf
uit om steeds maar weer verbeteringen aan te brengen. Dat kan
ik dan weer doorgeven aan de volgende generatie zoals bijvoorbeeld
mijn leerlingen.
In India speelt de relatie
tussen guru en discipel (leraar en leerling) een zeer belangrijke
rol. Ook het aantal lessen dat een student krijgt is niet te
vergelijken met dat ene uurtje fluitles in de week in het westen!
Normaal gesproken komt een leerling meerdere malen per week of
zelfs elke dag naar zijn leraar om lessen te nemen. Vooral omdat
er in de Indiase muziek weinig of niets genoteerd wordt en hoofdzakelijk
geimproviseerd is met een zeer gestructureerd systeem, moet je
gewoon veel tegenover je leraar zitten om alle (muzikale) informatie
in je op te nemen. Als een leraar een student als zijn vaste
leerling beschouwt, dan wordt deze vaak gezien als een lid van
de familie. Op deze manier krijg je een zeer diepe relatie met
elkaar en veel dingen worden dan ook onbelangrijk, zoals tijd
en geld.
Je eet samen, je doet heel veel dingen samen. Een leerling is
hier meestal zeer dankbaar voor en dankt zijn leraar door hard
te studeren en hem op andere gebieden te helpen. Door de westerse
studenten wordt dat nogal eens verkeerd begrepen. Ook voor hun
zijn de lessen meestal gratis, maar voor dat geld kopen ze dan
weer souvenirs om mee naar huis te nemen. Ze hadden er natuurlijk
ook voor kunnen kiezen om langer in India te blijven om meer
lessen te nemen....
Veel westerlingen denken dat ze met geld alles kunnen doen, maar
zo werkt dat toch niet bij ons. Belangrijker is het wederzijds
respect.
U heeft altijd veel met westerse
musici gespeeld. Heeft u het gevoel dat zij beïnvloed zijn
door uw muziek of dat u door hen beïnvloed bent in uw spel?
Nee, ik probeer alleen maar zoveel mogelijk te leren door samen
te spelen met verschillende muzikanten. Dat vindt ik eigenlijk
het belangrijkste. Ik sta ook altijd erg open voor diverse muzieksoorten.
Op het moment van spelen pas ik me natuurlijk wel aan, gezien
de mogelijkheden en beperkingen van al de instrumenten. Ik zie
het meer als een uitwisseling van muziek en cultuur. Ik heb veel
geleerd over de westerse fluit en zijn mogelijkheden. Ik vind
het jammer dat het spelen van glissandi beperkt is op dit instrument,
maar waarschijnlijk heb je het minder nodig in de westerse muziek.
Op dit moment zijn er veel
westerse musici die spelen met musici uit andere culturen. Er
worden dan ook veel CD's uitgebracht met deze 'fusion'.
Ja, dat klopt. Er komen veel musici naar India en wij komen vaak
naar het westen, dus er is veel uitwisseling. Ik denk dat het
goed is wat er gebeurt, het mixen van culturen. Maar Indiase
muziek kent zijn plaats en het zal altijd op zijn plaats blijven.
Er wordt gezegd dat de klassieke
Indiase muziek aan het verdwijnen is, zelfs in India .
Is dat ook zo?
Nee, ik denk niet dat je dat zo moet zien. Aan de buitenkant
lijkt het misschien zo, door de grote hoeveelheid aan filmsongs
en de opkomst van popinvloeden in het lichtere genre. Maar het
is zelfs zo dat, in het bijzonder, de jonge generatie zich intensief
bezighoudt met klassieke muziek. Mede door het groot aantal festivals,
concerten e.d. in India, maar ook in het westen.
Binnen India bestaat er een
grote traditie in de muziek wat betreft de diverse stijlen en
scholen. Hoe is dat eigenlijk binnen de fluittraditie?
Het spelen van klassieke raga's op de bansuri is relatief erg
jong. Wat er ver in het verleden werd gespeeld weet niemand echt
precies. Het instrument werd hoofdzakelijk gebruikt om er volksmelodieën
op te spelen. Er werden kleinere fluiten gebruikt en waarschijnlijk
ook gemaakt van andere materialen. Niemand wist dus of er wel
een stijl of school bestond voor de fluit. Pannalal Ghosh was
de eerste die daar verandering in heeft aangebracht. Hij heeft
de maat van de fluit veranderd, veel groter dus, om de diepte
van de klassieke raga beter weer te geven. Maar hij heeft ook
een speciale vingertechniek ontwikkeld. Het eenvoudige volksinstrument
werd een volwaardig concertinstrument. Dat alles is van de laatste
75 jaar, daarom kun je niet echt spreken van een specifieke stijl.
Toen ik in 1951 les begon te nemen bij Pannalal Gosh was hij
de enige fluitist die een 'stijl' had ontwikkeld. Deze was voornamelijk
gebaseerd op de zangstijl. Daar ben ik zelf door beïnvloed.
Maar na verloop van tijd, zo rond 1955, wilde ik iets veranderen
aan mijn fluitspel. Ik heb toen een eigen soort stijl ontwikkeld
die bestaat uit een mengeling van sitar of sarod invloeden samen
met de zangstijl. En in die stijl speel ik eigenlijk nog steeds.
Verder studeer ik veel en ben ik ook nu nog in een leerproces.
Spiritualiteit speelt een
belangrijke rol in de Indiase cultuur. Als ik denk aan de fluitspelende
god krishna, dan denk ik ook aan een diepere betekenis achter
de fluit en de muziek die daar uit voortkomt. Hoe is die betekenis
voor u?
In India zijn muziek en spiritualiteit nauw met elkaar verbonden.
Wij zeggen dat muziek het medium is om tot het hogere te komen,
tot God, of hoe je het ook wilt noemen. Het heeft de nodige concentratie
nodig, wat is vergelijkbaar met bijvoorbeeld yoga. Het is iets
wat je niet oppervlakkig kunt doen, je moet het met een soort
toewijding oefenen.
Bij het oefenen van yoga denk je vanuit een centrum, een punt
waar je al je gedachten op richt. Dit punt is bijvoorbeeld God
of hoe je het noemt. Wat er verder ook gebeurt of waar je ook
aan denkt, je komt altijd weer terug op dat ene punt. Zo is het
ook met Indiase muziek. Je speelt een raga altijd vanuit de grondtoon,
die verreweg het belangrijkste is. Deze ontwikkelt zich verder
d.m.v. improvisaties. Deze improvisaties leiden zich overal heen
met een bepaalde virtuositeit bijvoorbeeld. Maar je komt altijd
weer terug op de grondtoon, het grote centrum...
Het vraagt dus om dezelfde concentratie als yoga. Als je problemen
met deze concentratie hebt, speel je direct onzuiver. De fluit
staat er, gezien de ademhaling, het dichtste bij. Fluitspelen
is dan ook
een zeer fysieke aangelegenheid.
*********
Met dank aan John Eijlers van
Stichting India-Muziek die dit interview mogelijk heeft gemaakt.
CD tips:
KYT 704 Recital of Raga by Raghunath
Seth (Realm of Raga)
KYT 721 Eternal Flute
KYT 722 Mystic Flute
|